Ad. 2. Secundaire preventie:
Interventies plegen in het beginstadium van gebruik
Hier is het van belang dat cruciale personen en instanties in de samenleving al heel vroeg signalen kunnen opvangen van mogelijk druggebruik. Deze personen en instanties kunnen degenen zijn die het meest in contact staan met jongeren.
Experimenteel gebruik is te vinden onder deze groep van jonge mensen.
Na de probleemsignalering zal de aanpak gericht zijn op het verminderen van de mogelijkheden dat het probleem zal uitgroeien voor het individu, het gezin en de gemeenschap.
Acties die in deze fase van gebruik ondernomen dienen te worden, zullen zowel gericht zijn op educatie (kennis ) als op persoonlijke versterking ( bv. self-esteem building)
Personen die geconfronteerd worden met het drugprobleem, zullen snelle acties moeten ondernemen. Zij zullen zich op de hoogte moeten houden van de verschillende mogelijkheden die er zijn in de samenleving m.b.t. de hulpverlening.
Als voorbeeld kan genoemd worden de aanmelding van jongeren op het BAD.
Zij worden m.n. aangemeld door de school en verontruste ouders die druggebruik bij het kind vermoeden.
Soms is, gaande weg de begeleiding, duidelijk dat er geen sprake is van beginnend gebruik, maar meer gebruik dat al geruime tijd gaande is.
In dat geval wordt er tijdens de begeleiding de nadruk gelegd op andere aspecten dan bij beginnend gebruik (zie tertiaire preventie)
|
|