Het drugsbeleid in Suriname
De Surinaamse regering heeft de meeste verdovende middelen-verdragen van de Verenigde Naties geratificeerd (de conventies uit 1961, 1971, en 1988) waarmee de regering zich heeft gecommitteerd tot het verbieden en strafbaar stellen van het gebruik van een groot aantal drugs voor niet-medische doeleinden, waaronder het gebruik en bezit van middelen als marihuana, cocaïne, en heroïne.
Het nationale beleid van de regering van Suriname met betrekking tot drugs is vastgelegd in het Strategisch Drugsbestrijdingplan van de Republiek van Suriname (juli 1997).
De nota heeft betrekking op zowel supply reduction (met name wetgeving en opsporings- en vervolgingsbeleid in relatie tot de handel en doorvoer van drugs) als demand reduction (drugspreventie, behandeling, rehabilitatie). Daarnaast wordt aandacht besteed aan de landelijke beleidsstructuur en aan internationale samenwerking.
Met de beleidsnota wordt gestreefd naar een integraal en samenhangend beleid dat als uitgangspunt en bron dient voor alle bij het drugsbeleid betrokken actoren.
In de nota worden de volgende 4 beleidsdoelen geformuleerd:
1. Het treffen van maatregelen om het aanbod van drugs in Suriname en de doorvoer van drugs via Suriname zichtbaar te doen afnemen.
2. Het treffen van maatregelen om de vraag naar drugs effectief te doen afnemen.
3. Het treffen van maatregelen ter bestrijding van de neveneffecten van het drugsprobleem.
4. Sterke nadruk op het treffen van organisatorische en infrastructurele maatregelen ter versterking van instituten belast met de aanpak van de drugsproblematiek.
De doelstellingen 2-4 hebben betrekking op drugs demand reduction. De doelstellingen zijn uitgewerkt in onderscheiden programma's waarin maatregelen en activiteiten worden aangekondigd op het terrein van bestrijding van het aanbod, drugspreventie, behandeling en rehabilitatie, monitoring en onderzoek en nationale en internationale samenwerking.
Met betrekking tot de vermindering van de vraag naar drugs in Suriname zelf (drug demand reduction) is het beleid van de Surinaamse regering primair gericht op preventie, in het bijzonder het voorkomen van druggebruik onder jongeren.
Daarnaast streeft de regering naar een verdere uitbreiding en verbetering van de behandel- en rehabilitatievoorzieningen voor drugsverslaafden.
Met de coördinatie van het beleid is de NAR belast. Zij heeft zich voornamelijk beziggehouden met de nieuwe wet op Verdovende Middelen, het Nationaal Strategisch Drugsbestrijdingplan en het aanhalen van banden met lokale, regionale en internationale organisaties die werken aan drugsbestrijding.
De NAR is verantwoording verschuldigd aan de Minister van Volksgezondheid en heeft geen uitvoeringsmandaat. |
|